Net als ik afscheid genomen heb van de laatste cliënt van de dag en ik mijn computer wil afsluiten,
komt onze administratieve medewerker op de deur van mijn kantoor
kloppen.
"Katrien?"
Ze klinkt een beetje aarzelend, alsof ze me niet goed durft aanspreken.
"Er
is hier iemand voor u. Hij ziet er wat onderkomen uit, in de war, maar
hij vraagt expliciet naar u. Hij zegt dat hij u nog kent van vroeger."
Van vroeger? Van 'heel erg vroeger' of gewoon van 'een beetje vroeger'? En ze zegt 'hij', dus het moet een man zijn.
Ik
duikel terug in mijn geheugen en er verschijnen verschillende mannen in
beeld: familie, vrienden, kennissen, schoolkameraden, ... ? Ik
moet tot de conclusie komen dat niemand echt matcht met de omschrijving 'onderkomen' en
'in de war'.
"Heeft hij zijn naam gezegd?"
"Ja. Dieter B."
Mijn hart slaat een slag over, even draait de wereld door en moet ik naar adem happen. Dieter B.? Wat komt híj hier doen?
"Euhm ... ok ... ik ga wel even kijken."
Ik loop naar de vergaderzaal vooraan, met zenuwen die door mijn lijf razen, en kijk nieuwsgierig naar de man die op me zit te wachten. Ik herken hem nauwelijks, er blijft amper iets over van de jongen waarvoor mijn hart 12 jaar geleden ook al sneller ging slaan. Dit was mijn 'oude vlam', maar dat is de slechtste beschrijving die ik kan geven van de man die daar zit. Ooit leek het alsof ik in vuur stond als ik hem tegenkwam, maar nu lijkt hij wel een zeventiger in plaats van een dertiger en dus lijkt enkel 'oud' van toepassing te zijn.
Zijn gezicht vertoont scherpe trekken, zijn wangen zijn ingevallen, wat maakt dat zijn ogen veel te groot lijken, en zijn uitgemergelde lichaam hangt futloos in een stoel. Hij staart naar zijn handen, die opgevouwen op tafel liggen.
"Dieter?"
Met een trage beweging heft hij zijn hoofd op en kijkt me aan. Zijn mondhoeken gaan lichtjes omhoog, amper waarneembaar.
De administratieve medewerker slaat dit tafereel gade vanuit de deuropening, haalt haar schouders op en verdwijnt in haar kantoor.
Wat moet ik nu? Er zit amper leven in Dieter, hij heeft nog geen woord gesproken.
Hij zet zijn handen op tafel, duwt de stoel achteruit en probeert op te staan. Tevergeefs. Snel loop ik naar hem toe en kan hem nog net bij zijn arm grijpen, zodat ik kan voorkomen dat hij valt. Opnieuw gaan zijn mondhoeken lichtjes omhoog.
Hij haakt zijn arm in de mijne en zo wandelen we traag naar mijn kantoor. Met veel moeite laat hij zich in een van de zetels zakken. Nog voor ik in de mijne kan plaatsnemen, barst hij uit in een hoestbui. Zijn hele broze lichaam schudt mee en ik vrees even dat hij elk moment in duizenden stukjes zal breken.
Stilletjes aan dringt tot me door dat de hoestbui die ik hoor niet die van een dertiger is, noch die van een zeventiger. Het gekuch klinkt veel hoger en beetje bij beetje besef ik dat het niet Dieter is die hoest, maar de Dochter. Haar hoestbui weerklinkt door de babyfoon. Vermoeid sta ik op en versuft ga ik kijken hoe het met haar gaat. Heeft ze haar tutje nodig? Moet ik haar neusje spoelen?
De droom over Dieter laat me echter niet los. Hoe komt het dat ik nu plots weer over hem droom?
Ja, ik was verliefd op hem, zo'n twee jaar lang. Het is echter niets geworden. Ik heb hem nooit durven vertellen wat ik voor hem voelde, uit schrik afgewezen te worden. Toch denk ik wel dat hij het wist, aangezien een van mijn 'kameraden' in een zatte bui het niet kon laten om me, net iets te luid, te vragen: "Hey, is dat nu Dieter?". Dieter was toen ook behoorlijk in de wind, dus misschien is het niet echt doorgedrongen, maar hoe dan ook: hij heeft er alleszins nooit iets van gezegd. En misschien maar goed ook, want die situatie staat in mijn top vijf van meest beschamende momenten. Dat we toen op de trappen voor de Dom in Firenze zaten, was helaas geen verzachtende omstandigheid.
De verliefdheid verdween stilletjes weer en na het verlaten van de secundaire school heb ik hem nooit meer gezien. Ik moet ook bekennen dat ik eigenlijk zelden nog aan hem gedacht heb, aangezien ik een andere Liefde in mijn leven kreeg. De laatste keer dat Dieter onderwerp van gesprek was, was op een van de bijeenkomsten ter voorbereiding van mijn vrijgezellenfeestje. Dinnetje kon het niet laten om nummer vier van mijn meest beschamende momenten weer op te halen. Tijdens een van de laatste dagen van het schooljaar reed ik met Dinnetje naar school. Plots stootte ze me aan en fluisterde: "Kijk eens wie daar aan de andere kant van de straat fietst." Dieter reed net voorbij, samen met een vriend. Helemaal van slag, begon ik te wiebelen met mijn fiets en voor ik het goed en wel besefte, lag ik in het midden van het fietspad op de grond. Gevallen voor zijn charmes? Het mocht niet baten, zelfs met deze opvallende actie kon ik zijn aandacht niet trekken. Nog steeds negeerde hij me.
Enkele dagen pieker ik over deze onverwachtse verschijning in mijn droom en dan vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. De Aha-erlebnis is een feit!
Binnenkort verzorg ik een huwelijksplechtigheid en de ouders van de bruid heten 'Katrien en Dieter'. Blijkbaar heeft die combinatie van namen me onbewust weer naar het verleden gekatapulteerd. Waarom hij in mijn droom zo uitgemergeld was? Ik vermoed dat dat te wijten is aan de cliëntgesprekken die ik soms heb met (drugs)verslaafden, wat ik blijkbaar associeer met een 'uitgeleefde verschijning'.
Pfff, ben ik blij dat het mysterie opgehelderd is en ik het verleden weer los kan laten. Het verliefd zijn was leuk, maar de invloed daarvan op mijn gedrag was niet bepaald positief moet ik bekennen ... met het schaamrood op mijn wangen.
----------------------------------------------------
Het spreekt voor zich dat 'Dieter' een fictieve naam is (hoewel het voor sommigen wel genoeg zegt, hé Dinnetje). Hij was dan misschien wel onderdeel van enkele van mijn talrijke gênante ervaringen, dit bericht hoeft dat niet voor hem te zijn ;-)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten